Overdenking Heiko Roelfsema

Overdenking Heiko Roelfsema, Natzweiler herdenking, Amersfoort, 4 november 2017

Dames en heren,

Goedemorgen, mijn naam is Heiko Roelfsema. En wat een eer om hier voor u te mogen staan. Marjolijn, hartelijk dank dat je mij hebt uitgenodigd, mede ook in het kader van ons beider streven om de verhalen uit de Tweede Wereldoorlog zoals die hier in het Westen maar ook in het overzeese Nederlands-Indië zijn meegemaakt meer met elkaar te vermengen, omdat ze veel meer overeenkomen dan dat ze verschillen. Een streven dat hier in Nederland, ook nationaal, 1WO2 (“Eén Wereldoorlog Twee”) is gaan heten. Dit om herdenken meer samen te doen, te integreren zodat het ook naar de toekomst toe zinvol kan blijven.

Want waarom herdenken wij en blijven wij herdenken. Vaak hoor je: omdat we onze geliefden niet mógen vergeten. Dat vind ik nogal calvinistisch. Nee, mijn antwoord is: omdat wij onze geliefden niet willen vergeten. En dan maakt het niet uit waar ze omgekomen zijn maar dat ze zijn omgekomen. Hoe doen we dat, herdenken? Door elkaar verhalen te vertellen en daarna stilte te betrachten ter overdenking.

Maar dan moet je wel een verhaal te vertellen hebben.

In 2008 kon u mijn persoonlijke geschiedenis in het Kerstnummer van uw Natzweiler Nieuwsbrief lezen. Marjolijn vond dat gepast omdat de ervaringen van ‘uw’ Natzweiler- en van  ‘mijn’ Indië-geschiedenis zo op elkaar lijken als we kijken naar de impact op de nabestaanden.

Mijn verhaal, in 2008, ging over mijn grootvader, mijn opa Heiko Roelfsema. U hoort het, ik draag zijn naam, als oudste kleinzoon, en al bijna 63 jaar lang met ere.

Mijn opa heb ik nooit gekend, omdat hij met 5900 andere geallieerde krijgsgevangenen en Indische dwangarbeiders in 1944 omkwam op de Junyo Maru, een Japans vrachtschip, een Hell Ship, nadat het was getorpedeerd. Het schip zonk in een kwartier tijd. De grootste scheepsramp ooit. Viermaal meer doden dan de Titanic. De naam Hell Ship zegt eigenlijk alles. Bijna 6100 man op elkaar gestapeld in een smerig, bloedheet scheepsruim, waarin aan ziekte en dood niet kon worden ontkomen. Een hel! Na twee dagen varen, getorpedeerd door een Engelse duikboot; de kapitein onwetend over de “menselijke lading” (tussen aanhalingstekens), omdat de Japanners hun schepen niet met het verplichte Rode Kruis markeerden. Er waren slechts 180 overlevenden.

Mijn verhaal over mijn opa is een verhaal dat eigenlijk geen verhaal kón worden, ook nu na 73 jaar niet, omdat ik nauwelijks iets van hem weet; we niets tastbaars van zijn leven over hebben gehouden, en omdat de paar familieleden die de oorlog wél hadden overleefd en die mijn opa wel hebben gejend, de rest van hun leven over hem zwegen. Alsof hij in lucht was opgegaan, alsof hij niet had bestaan. Herkent u het? Nacht und Nebel? Geliefden die in de nacht en de nevel zijn vervaagd!

In mijn toespraak in 2008 en alle jaren erna als voorzitter van de Stichting die elk jaar op Landgoed Bronbeek de slachtoffers van niet alleen de Junyo Maru maar van nog 182 andere Hell Ships herdenkt - het zijn meer dan 100.000 slachtoffers - riep en roep ik iedereen op om toch vooral, hoe summier ook, wél het verhaal als overlevende of nabestaande te vertellen, opdat kinderen en kleinkinderen niet met zo’n grote leegte achter hoeven blijven zoals ik.

Lieve mensen, achter die oproep zit een persoonlijk mensbeeld.

Onder meer als professioneel therapeut ben ik tot de overtuiging gekomen dat mensen verhalen zijn! Wij zijn talige wezens. Een unieke menselijke eigenschap. Mensen vertalen hun ervaringen in woorden en weven die, zoals mijn moeder dat zo mooi zei, als “vertelletjes”, doorlopend aaneen tot één groot, persoonlijk levensverhaal, zoals een spin zijn web weeft. De spin: knoopje voor knoopje; draadje voor draadje; wij mensen: vertelletje voor vertelletje.

Nou lukt het meestal wel om onze dagelijkse ervaringen zo tot één coherent verhaal te weven, maar soms lukt dat niet, echt niet. Dat is het moment dat we van een trauma spreken. Het inweven van een trauma in het verhaal dat we tot dan hebben geweven, lukt niet of heel moeilijk. We krijgen die vreselijke ervaring niet vertaald. We kunnen er geen woorden voor vinden, zeggen we dan. We zijn sprakeloos. Met stomheid geslagen. Sommige mensen vinden die woorden pas na tientallen jaren, meestal na professionele hulp; sommigen vinden de woorden nooit. Hun web van verhalen krijgt draden met losse einden.

Maar het leven gaat door en we weven zo goed en zo kwaad als het kan onze nieuwe ervaringen dan maar om die losse einden heen. Dit continue weefproces houdt dan wel in dat ons levensverhaal dus elke dag verandert. Trauma of geen trauma. Er is dus kennelijk geen vaste, onveranderlijke kern die beschrijft wie wij precies zijn; nee, wij hebben in die zin dus geen vaste identiteit. Onze identiteit, wat wij ons Zelf noemen, is doorlopend in wording. Het is niet, het ontstijgt juist uit dit veranderende weefsel van verhalen. Zoals de typische geur van de Indische keuken ontstijgt vanuit de interactie tussen al die verrukkelijke Indische gerechten en kruiden. U kent die geur allemaal.

Maar, zoals het patroon van het spinnenweb alleen zichtbaar is door er op enige afstand naar te kijken; het recept van de kok slechts te waarderen is door het te proeven, zo wordt onze identiteit alleen maar zichtbaar, ervaarbaar, als ons levensverhaal wordt verteld én ernaar wordt geluisterd. Juist de toehoorder, u als luisteraar, als naaste, als nabestaande, als medemens kan door te luisteren het verhalenweefsel van de verteller overzien; u kunt als luisteraar een vertellend mens als een silhouet in tegenlicht zien opdoemen. Alsof hij weer uit de nacht en de nevel tevoorschijn komen.

Langzaam maar zeker wordt het beeld wie hij of zij is duidelijker. Zichtbaarder. Herkenbaarder.  En kunnen we de levenservaringen, de vertelletjes, van onze voorouders ook in ons eigen web inweven.

Nu leven wij helaas in een tijd van Twitter, soundbites en sms. Het lijkt net of we het leven, ons leven, met al onze ervaringen in steeds mínder woorden moeten vangen. Alles lijkt ‘kort door de bocht’ geformuleerd te moeten worden. Er zijn zelfs wereldleiders die hun wereldmacht tegenwoordig dagelijks met tweets en oneliners uitoefenen. In heel weinig, soms ook nog onbegrijpelijke, woorden en in onvolkomen zinnen, moet de luisteraar, wij allemaal, maar gokken wat er bedoeld wordt. Alles lijkt los zand. We kunnen er geen patroon meer in ontdekken, er geen betekenis meer aan hechten, en er dus geen waarde meer aan ontlenen. Dat geeft een gevoel van onbehagen, angst en soms paniek. Als we van die paar losse woorden geen zinnen meer kunnen maken, dan ervaren we ook geen zin en raken we “buiten zinnen”, raken we “buiten de zinnen”.

Onduidelijke, tegenstrijdige en verwarde communicatie doet ons nimmer goed. We zien geen herkenbare patronen meer. Miscommunicatie kan leiden tot ongelukken en zelfs tot oorlog; de geschiedenis heeft ons dat keer op keer geleerd. Ook in deze weken houden we allemaal ons hart vast als we de retoriek tussen Noord-Korea en Amerika horen.

Terwijl wij hier toch bij elkaar zijn onder de afspraak:

(op het monument wijzend) “dit nooit weer”.

Dames en heren.

Als mensen verhalen zijn, dan moeten hun verhalen verteld worden en moet ernaar geluisterd worden. Dan alleen zien we wie iemand is geworden, wat zijn of haar betekenis en waarde is.

En voor hen die hun verhaal niet meer kunnen vertellen, zoals de mensen die wij vandaag herdenken, moeten wij het verhaal vóór hen vertellen.

Maar dan moet er wel een verhaal zijn!! In rijke taal, vol heldere, duidelijke, mooie, warme, persoonlijke, overdachte maar soms ook spontane woorden. Geen tweets maar vanaf een rijk palet van taal geschilderd.

Hier, op deze herdenking, geven we woorden aan de geliefden, vaders, opa’s, ooms, broers, neven, vrienden en strijdmakkers van Natzweiler; aan de mannen die u na hebben gestaan. Wij herdenken hen, niet alleen opdat zij niet vergeten worden, maar omdat we ze niet willen vergeten; opdat hun waarde en betekenis voor ons allen duidelijk wordt en blijft. Opdat wij zien waarvoor zij leefden, en dat dat, hoe kort soms ook, niet voor niets is geweest. Maar wij herdenken ook om daarmee ons eigen levensverhaal te kunnen weven en verrijken.

Dáárom zijn wij hier en herdenken wij.

Ik wens u een gedenkwaardige dag toe met verhalen en herinneringen.

Dank u.

drs. Heiko R. Roelfsema

Voorzitter Stichting Herdenking Slachtoffers Japanse Zeetransporten 1942-1945 (SHSJZ)