Verslag Netwerk 1WO2 van 7 oktober 2017

Op zaterdag 7 oktober 2017 vond in Diemen de derde zeer geanimeerde bijeenkomst plaats van Netwerk 1WO2, die bezocht werd door ruim veertig deelnemers, allen representant van vrijwilligersorganisaties van oorlogsgetroffenen.

De eerste bijeenkomst van het Netwerk 1WO2 stond in het teken van het leren kennen en begrijpen van elkaars verhalen over de oorlog en het zoeken naar verbinding, de tweede had als thema ‘Jongeren en de toekomst van herdenken’.
Deze derde bijeenkomst was gewijd aan het thema ‘Diversiteit’ en er was aandacht voor enkele minderheidsgroepen voor wie de Tweede Wereldoorlog een leven bepalende factor was.

Het voorzitterschap van de dag lag ditmaal in de vakkundige handen van Hélène Oppatja van de Stichting Herdenking 15 augustus 1945.

Dik de Boef, voorzitter van de Werkgroep 1WO2, gaf in zijn openingswoord de bijeenkomst van 7 oktober als motto een uitspraak van de Spaanse filosoof Santayana mee: ” Zij die zich niets kunnen herinneren van het verleden zijn veroordeeld tot herhaling.”

Op 7 oktober wilde 1WO2 hieraan inhoudelijk bijdragen met het gekozen thema diversiteit.

Diversiteit in en verbondenheid met de oorlogstijd waarbij men niet alleen moet denken aan de geografische diversiteit van, in willekeurige volgorde, Nederlands-Indië, Suriname, de Caraïben en Nederland, maar ook aan de activiteiten gedurende de oorlogsperiode: verzet, vervolging, dwangarbeid, de Duitse en Japanse variant van slavernij, de krijgsgevangenenkampen en de grote groep Burger-oorlogsgetroffenen, mensen die toevallig op het verkeerde moment op de verkeerde plek waren

Bij diversiteit komt eigenlijk als vanzelfsprekend ook de dader om de hoek kijken want die creëerde de voorwaarden voor deze veelzijdigheid. Een uitermate gevoelig onderwerp, is er voor hen een plek bij onze herdenkingen, zonder dat dit leidt tot ontkenning van daden of daders? Tegelijk is het, als wij het  herdenken en gedenken willen doorgeven, onze plicht plaats te maken voor volgende generaties.

Een vraag die zich bij de herdenkingscultuur aandient: komt de diversiteit van de huidige maatschappij wel voldoende tot zijn recht in onze herdenkings- en herinneringscultuur, zijn de herdenkingen niet erg “wit”of “Indisch”? Dat roept meteen ook de vraag op hoe we Nederlanders met een migratieachtergrond bij de WO2 herdenkingen kunnen betrekken? Willen we eigenlijk wel diversiteit brengen in onze herdenkingen? Over al deze vragen ging het in de paneldiscussies en de workshops. 

Eén van de vele indrukwekkende bijdragen die op het programma stonden was het verhaal van Beike Steinbach: ‘Iedereen mag in dit land leven zoals hij wil, behalve wij’. Beike Steinbach was al een jaar of zestien eer zij ontdekte wat er in de oorlog met de Sinti en Roma is gebeurd. Haar moeder leerde haar niemand te vertrouwen. Vooral de overheid niet. Het drukte een blijvend stempel op Beike Steinbach, in de volksmond een zigeunerin. Ze bespreekt de lange weg die Roma en Sinti hebben afgelegd: veertig jaar stond de foto van een meisje dat haar hoofd heeft bedekt met een sjaal symbool voor de uitroeiing van de Nederlandse Joden door de nazi’s. Angstig kijkt ze uit een goederenwagon de wereld in, net voordat de trein vanuit Westerbork richting Auschwitz gaat rijden. Journalist Aad Wagenaar onthulde in 1994 dat het meisje op de iconische foto geen Joods meisje was, maar een Sintimeisje: de 9-jarige Settela Steinbach. De Sintigemeenschap wist dat al lang, maar had al die tijd gezwegen. Beike Steinbach, een nicht van Settela, besloot veertien jaar geleden het zwijgen over het lot van de Sinti te doorbreken. U vindt de foto ook terug in de header van deze website.

Esther Captain besprak in haar lezing diverse mogelijkheden hoe bij herdenkingen de verbinding kan worden gezocht tussen de Tweede Wereldoorlog in Europa, Azië en de Caraïben.

Aansluitend vond een paneldiscussie en plenaire gedachtewisseling plaats over hoe wij bij onze herdenkingen aandacht besteden aan de diversiteit van de Tweede Wereldoorlog. De deelnemers aan de paneldiscussie waren Peter Jorna van Forum/Roma en Marjolijn de Loos van Stichting Vriendenkring Oud-Natzweilers.

 

Vervolgens gaven twee organisaties die lid zijn van het Netwerk 1WO2 een pitch. Zij presenteerden zich en gaven inzicht  in hun activiteiten in het kader van het herdenken van WO2. Jeroen Pliester deed dit namens de Nationale Hannie Schaft Stichting en Rob Sipkens stelde de Stichting Dialoog Nederland-Japan aan het publiek voor.

Het formele deel van de dag werd met een tweetal workshops afgesloten. De werkgroep vijanddenken stond onder leiding van Kees Hulsman die via de “Lagerhuis- methode” de deelnemers liet discussiëren over stellingen die appelleren aan vijanddenken. De discussie maakte duidelijk dat er een verschil bestaat tussen de beredeneerde en de gevoelsmatige reactie op stellingen als: “Ik voel me ongemakkelijk als ik een oudere Duitser of Japanner de hand moet schudden “ 

Waar de meeste deelnemers vanuit de rede een punt achter het verleden zouden willen zetten en willen overgaan tot verzoening, bleek dat het gevoel hen dat niet altijd toestaat. 

Als complicatie kregen de deelnemers daarbij opdracht de stelling te verdedigen of te bestrijden ongeacht hun eigen opvatting. Dit heeft bijgedragen aan het begrip voor de argumenten van de tegenpartij en daarmee aan het heroverwegen of aanscherpen van de eigen stellingname.

De andere workshop stond onder leiding van Edu Dumassy en boog zich over de vraag wat we concreet kunnen doen om de onderlinge samenwerking tussen vrijwilligersorganisaties van oorlogsgetroffenen te bevorderen. Aan de wand werden tien posters opgehangen met foto’s

van educatieve evenementen met een omschrijving van de activiteiten. Na een powerpointpresentatie werd een film van het scholenproject `Ontmoeten en (Her)denken’

getoond, terug te zien op https://youtu.be/madVae13Tb8

Daarna werd de aanwezigen de keuze gelaten om een interactieve oefening te doen met de 10

opgehangen posters dan wel met elkaar in dialoog te gaan, waarbij de volgende overwegingen werden meegegeven.

1. Bestudeer het beleid van de scholen en modelleer het  aanbod naar hun kerndoelen.

2. Maak een programma dat  aansluit bij de gebruikte lesmethoden voor wereldoriëntatie, geschiedenis en levensbeschouwelijke vorming.  De tijdinvestering voor leerkrachten dient minimaal te zijn. Neem  zelf deel aan de  les die interactief is en digitaal en visueel ondersteund wordt.

3. Laat de benadering van scholen over aan mensen die vertrouwd zijn met het onderwijs. Zoek contact met enthousiaste leerkrachten en laat hen in eerste instantie de schoolleiding benaderen.

4. Werk het aanbod kort uit en verwijs voor verdere informatie door naar een website. Mail die informatie persoonlijk naar een leerkracht en directielid.

5. Als de school positief reageert plant u een gesprek. Maak een gespreksverslag en duidelijke afspraken.

6. Voer het programma uit en evalueer het gezamenlijk.

Tijdens de plenaire afsluiting en borrel bleek grote tevredenheid over de inhoud en uitkomsten van de dag.